Kort na de middag kwamen we aan in het prachtige stadje Berat. Gelegen aan de oevers van de Osum-rivier tegen de steile hellingen van het Tomorr-gebergte ligt een van de oudste en meest adembenemende museumsteden van Albanië. Deze plek draagt de poëtische bijnaam de ‘Stad van de Duizend Vensters’ vanwege de honderden karakteristieke, op elkaar gestapelde Ottomaanse huizen die met hun witte gevels en tientallen donkere, houten ramen tegen de bergwand lijken te plakken. Samen met de zusterstad Gjirokastër staat de historische kern van Berat trots op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Het stadsgezicht ademt bovendien al eeuwenlang een diepe religieuze tolerantie: christelijke wijken en islamitische tradities hebben hier altijd vreedzaam naast elkaar bestaan.





Vooraleer we naar het hotel gingen stond er eerst nog een bezoek aan het kasteel op het programma. Hoog boven de kronkelende Osum-rivier en de beroemde “stad met de duizend vensters” ligt het Kasteel van Berat. De geschiedenis van deze gigantische citadel gaat meer dan 2.400 jaar terug tot de vierde eeuw voor Christus, toen de Illyriërs de eerste versterkingen aanlegden op de rotsachtige heuvel. In de eeuwen die volgden, werd het kasteel herhaaldelijk verbouwd en versterkt door de Romeinen, Byzantijnen, Bulgaren, Serviërs en uiteindelijke de Ottomanen. Het hart van de huidige fortificaties stamt voornamelijk uit de dertiende eeuw, toen de Byzantijnse heerser Michael I het complex omvormde tot een vrijwel onneembare vesting. In tegenstelling tot veel andere middeleeuwse burchten in Europa vervulde de citadel niet alleen een militaire rol, maar groeide de ommuurde stad uit tot een volwaardige woongemeenschap die eeuwen van belegeringen, politieke verschuivingen en culturele omwentelingen heeft doorstaan.
Het meest bijzondere kenmerk van het kasteel van Berat is dat het tot op de dag van vandaag bewoond is: binnen de eeuwenoude vestingmuren bevindt zich een complete wijk met geplaveide steegjes, Ottomaanse huizen, kleine winkeltjes en gastvrije inwoners die er hun dagelijkse leven leiden. Daarnaast bevatte het complex op zijn hoogtepunt meer dan veertig Byzantijnse kerken en diverse moskeeën. Het hoogste uitkijkpunt van het kasteel biedt een adembenemend panorama over de Osum-vallei, de historische Ottomaanse wijken Mangalem en Gorica en de imposante Tomorr-berg, waarmee het kasteel geldt als het absolute kroonjuweel van Berat.








Verscholen binnen de eeuwenoude en nog altijd bewoonde muren van het Kasteel van Berat ligt het Onufri Nationaal Iconografisch Museum, een schatkamer van religieuze kunst. De geschiedenis van het museum is nauw verbonden met de herbestemming van het spirituele erfgoed in het communistische Albanië. Het werd in 1986 geopend in de historische Kathedraal van Maria-Tenhemelopneming, de belangrijkste kerk van de citadel die dateert uit de achttiende eeuw. Nadat het religieuze leven tijdens het harde atheïstische bewind van Enver Hoxha werd verboden, besloot de overheid om de mooiste iconen en kerkelijke artefacten uit kapotte en verlaten kerken in de regio te verzamelen en veilig te stellen in deze voormalige kathedraal.
Het museum is vernoemd naar de beroemde zestiende-eeuwse schilder Onufri, die de grondlegger was van de legendarische Berat-schilderschool. Onufri stond bekend om zijn revolutionaire schildertechniek, waarbij hij traditionele Byzantijnse iconen combineerde met realistische elementen uit het dagelijks leven en het omringende landschap, maar zijn grootste geheim was de unieke, stralende rode kleur die hij gebruikte — een intens pigment (Onufri-rood) waarvan de exacte chemische samenstelling tot op de dag van vandaag verloren is gegaan en door geen enkele moderne restaurateur exact is gekopieerd. Binnen de sfeervolle, schemerige muren van de kathedraal bewonder je een indrukwekkende collectie van meer dan tweehonderd kunstwerken, waaronder meesterwerken van Onufri en zijn zoon Nikolla, houten iconen, met goud en zilver omrande evangelieboeken en liturgische gewaden.








De barokke houten iconostase in de kerk zelf dateert uit de negentiende eeuw.
Na een late lunch gingen we te voet de steile weg naar beneden om in te checken in ‘Het Witte Huis’, ons indrukwekkende hotel in Berat. Hotel Colombo werd oorspronkelijk in 2009 opgetrokken. De investeerders wilden de 2400 jaar oude stad verrijken met een monumentaal bouwwerk dat Euro-Atlantische symbolen en waarden uitstraalt. Voordat het zijn huidige deuren opende als het meest luxueuze hotel van de stad, deed het indrukwekkende complex met zijn kenmerkende, brede wandelgangen onder meer dienst als private universiteit. Binnenin worden gasten verwelkomd in een wereld van marmer en weelde, met 118 uiterst ruime kamers en suites verspreid over vier verdiepingen.




Na het inchecken hadden we nog alle tijd om de stad verder te verkennen.
Hoewel het exacte stichtingsjaar van de Sint-Demetriuskerk in de nevelen van de tijd is gehuld, dateert het kerkje in zijn huidige vorm grotendeels uit de late middeleeuwen en de vroege Ottomaanse periode.





Aan de overzijde van de rivier, verscholen in het hart van de historische, christelijke wijk Gorica, staat de Sint-Spiridonkerk. De geschiedenis van deze orthodoxe kerk is nauw verweven met de wens van de inwoners van Gorica om hun eigen spirituele centrum te bezitten. Terwijl het kasteel en de wijk Mangalem de horizon domineerden met hun beroemde vestingwerken en Ottomaanse architectuur, werd de Gorica-wijk eeuwenlang gekenmerkt door een hechte christelijke gemeenschap. De huidige driebeukige basiliek werd voltooid in 1864 op de fundamenten van een oudere, achttiende-eeuwse kapel. Het gebouw werd opgetrokken uit lokale steen en voorzien van traditionele zuilengangen en houtsnijwerk. Tijdens het atheïstische regime van Enver Hoxha in de twintigste eeuw werd de kerk een sluiting en verval bespaard doordat het gebouw een culturele en maatschappelijke functie kreeg, waarna het na de herinvoering van de godsdienstvrijheid in 1990 direct heropende en tot 2009 zelfs diende als de voornaamste orthodoxe kathedraal van heel Berat.
De kerk is gewijd aan de heilige Spiridon van Tremithus, een geliefde vierde-eeuwse bisschop en beschermheilige van onder meer pottenbakkers en ambachtslieden, die in de volksdevotie bekendstaat om zijn eenvoud en miraculeuze wonderen. In de kerk bevinden zich een prachtig bewerkte houten iconostase en verfijnde muurschilderingen die grotendeels bewaard zijn gebleven.







Een van de meest bijzondere historische details betreft de brug die de wijk Gorica met de rest van de stad verbindt: de houten voorganger van de beroemde Gorica-brug werd in de achttiende eeuw mede gefinancierd en onderhouden door de parochianen van Sint-Spiridon om gelovigen een veilige oversteek naar de kerkdiensten te garanderen.
De dag sloten we af op een van de vele terrasjes langs de verkeersvrije wandelboulevard.






