Dag 10: Berat – Gjirokaster

Verscholen tussen de zacht glooiende, met olijfgaarden bedekte heuvels nabij de stad Fier ligt de archeologische site Apollonia. Het verhaal van deze vergeten stad begon rond 588 voor Christus, toen Griekse kolonisten uit Korinthe en Corfu zich vestigden op het grondgebied van een lokale stam. Oorspronkelijk stichtten zij de stad onder de naam Gylakeia, vernoemd naar hun leider Gylax, maar al snel werd de naam veranderd in Apollonia, ter ere van de zonnegod Apollo. Dankzij haar gunstige ligging aan de rivier en op een steenworp afstand van de Adriatische Zee groeide de stad snel uit tot een welvarende handelshaven en een bruisend intellectueel centrum op de beroemde Romeinse handelsroute Via Egnatia. De beroemde Romeinse staatsman Cicero noemde Apollonia zelfs een “magna urbs et gravis”, een grote en belangrijke stad. Het noodlot sloeg echter toe in de derde eeuw na Christus: een verwoestende aardbeving verlegde de loop van de rivier, waardoor de haven verzandde en het omliggende gebied veranderde in een moeras. De stad verloor haar economische slagader, de bevolking trok weg en Apollonia veranderde langzaam in een serene, vergeten ruïne.

Niemand minder dan Octavianus, de latere eerste Romeinse keizer Augustus, verbleef hier in 44 voor Christus om filosofie en retorica te studeren, toen hij plotseling het nieuws ontving dat zijn oudoom Julius Caesar in Rome was vermoord.

Daarnaast herbergt het terrein het dertiende-eeuwse middeleeuwse Klooster van de Heilige Maria, waarbinnen het archeologisch museum is gehuisvest. In de kloosterhof staan tientallen antieke marmeren beelden en bustes broederlijk opgesteld onder Byzantijnse bogen. De klassieke oudheid, middeleeuwen en moderne geschiedenis komen hier samen, aangezien tussen de antieke tempelruïnes en Romeinse villa’s met mozaïekvloeren ook tientallen betonbunkers uit het communistische tijdperk van Enver Hoxha verscholen liggen.

In Tepelenë hielden we halt voor een fotostop, met opnieuw een adembenemend zicht op het Albanese landschap.

Tegen de steile hellingen van de Breçani-bergketen in de Drino-vallei ligt Gjirokastër. Deze historische museumstad, die vanwege haar adembenemende Ottomaanse architectuur is uitgeroepen tot UNESCO-werelderfgoed, staat internationaal bekend als de “Stad van Steen”. Het verhaal van Gjirokastër begint rond de twaalfde eeuw, toen het imposante kasteel op de rotsheuvel werd gebouwd als versterking voor het Byzantijnse Rijk. In de eeuwen die volgden, transformeerde de nederzetting onder het Ottomaanse bewind tot een rijk handelscentrum waar welgestelde Albanese kooplieden en adellijke families hun intrek namen. Om hun rijkdom en status te tonen, lieten zij unieke versterkte herenhuizen bouwen die bestand waren tegen zowel vijandelijke aanvallen als felle branden. Ondanks de turbulente twintigste eeuw, het atheïstische regime en de moderniseringsdrang in de regio, bleef het historische centrum wonder boven wonder vrijwel onaangetast.

Gjirokastër dankt haar bijnaam aan de karakteristieke grijze leisteen waarmee niet alleen de straten en trappen zijn geplaveid, maar ook de daken van de honderden achttiende- en negentiende-eeuwse torenhuizen zijn bedekt. Het is eveneens de geboorteplaats van twee van de meest invloedrijke figuren uit de moderne Albanese geschiedenis: de auteur Ismail Kadare, die het stadsleven op magische wijze verwoordde in zijn roman ‘Chronicle in Stone’, en de communistische dictator Enver Hoxha, wiens geboortehuis vandaag de dag is ingericht als het Etnografisch Museum van de stad.

geboortehuis van Enver Hoxha

De sfeervolle Oude Bazaar in het hart van de stad toont de levendige sfeer van weleer, waar lokale ambachtslieden nog altijd op traditionele wijze tapijten weven, steen snijden en zilver smeden.

Hoog op een strategische rotsrug boven de stad torent het Kasteel van Gjirokastër, een van de grootste en meest indrukwekkende vestingcomplexen van de Balkan. De geschiedenis van dit gigantische stenen bolwerk gaat terug tot de twaalfde eeuw, toen Byzantijnse heersers er de eerste versterkingen aanlegden om de doorgang door de strategische Drino-vallei te controleren. In de veertiende eeuw werd het kasteel verder uitgebouwd door de adellijke Zenebishi-familie, totdat de Ottomanen in 1417 de regio veroverden. De meest ingrijpende transformatie vond echter plaats aan het begin van de negentiende eeuw onder de beruchte en meedogenloze heerser Ali Pasha van Tepelena. Hij liet het fort ingrijpend uitbreiden met dikke verdedigingsmuren, majestueuze klokkentorens en een uitgebreid aqueduct. Door de eeuwen heen diende het kasteel niet alleen als verdedigingswerk en koninklijke residentie, maar ook als kazerne en duistere gevangenis, totdat het na de val van het communisme werd opengesteld voor publiek als het absolute kroonjuweel van Gjirokastër.

Diep binnen de granieten muren bevindt zich een duister gangenstelsel dat gedurende een groot deel van de twintigste eeuw werd gebruikt als gevangenis door zowel het koninklijke bewind van Koning Zog, de fascistische Italiaanse en Duitse bezetters als het repressieve communistische regime van Enver Hoxha.

Op de binnenplaats van het kasteel staat bovendien een opvallend relikwie uit de Koude Oorlog opgesteld: een Amerikaans Lockheed T-33 straaljager-verkenningsvliegtuig, dat in 1957 door de Albanese luchtmacht werd onderschept en gedwongen te landen. Of, volgens de Amerikaanse versie, gewoon werd achtergelaten.

Daarnaast herbergt het complex een uitgebreid Wapenmuseum vol historisch tuig, variërend van middeleeuwse zwaarden en Ottomaanse kanonnen tot zware tanks die door de partizanen op de bezetters werden veroverd.

De imposante klokkentoren uit de tijd van Ali Pasha vormt het visuele herkenningspunt van de burcht, terwijl het grote openluchttheater binnen de muren eens in de vijf jaar het podium vormt voor het beroemde Nationale Folkloristische Festival van Albanië.

Overnachten deden we in Hotel Kastro.

Geef een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close