De eerste stop van de dag was in Metsovo, een bergdorp dat zijn unieke karakter en eeuwenoude tradities wonderwel heeft weten te behouden. De geschiedenis van deze bijzondere nederzetting gaat terug tot de late middeleeuwen, toen herders en ambachtslieden uit de omringende valleien zich hier op een hoogte van ruim 1.100 meter vestigden. In de zeventiende en achttiende eeuw beleefde Metsovo haar gouden eeuw dankzij speciale keizerlijke privileges van de Ottomaanse sultans, die het dorp autonomie en belastingvoordelen verleenden in ruil voor het veiligstellen van de cruciale bergpas. Hierdoor transformeerde het dorp tot een welvarend handelscentrum waar rijke kooplieden en ambachtslieden floreerden. Dit rijke verleden zie je tot op de dag van vandaag terug in het straatbeeld, dat gedomineerd wordt door karakteristieke stenen landhuizen met robuuste leistenen daken en overhangende houten balkons.
Metsovo is het historische hart van de Aromanen, een Latijns-sprekende herdersbevolking met een eigen taal en cultuur, waarvan de oudere generatie nog altijd trots in traditionele wollen klederdracht door de smalle geplaveide steegjes wandelt. Daarnaast staat het dorp in heel Griekenland bekend als de absolute bakermat van traditionele kwaliteitskaas, met name de beroemde gerookte kaas Metsovone, die ambachtelijk wordt gerookt boven brandende eiken- en sparrentakken.





Het Averoff-museum is, een van de belangrijkste musea voor moderne en hedendaagse Griekse kunst. De geschiedenis van het museum is onlosmakelijk verbonden met de visionaire filantroop, auteur en politicus Evangelos Averoff-Tossizza, een van de bekendste zonen van het bergdorp. In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw begon hij met het gepassioneerd verzamelen van kunstwerken van vooraanstaande Griekse schilders en beeldhouwers uit de negentiende en twintigste eeuw, met het specifieke doel om een kwalitatieve collectie op te bouwen en terug te schenken aan zijn geboortegrond. Om de kunstschatten op een waardige manier te huisvesten, liet Averoff op de fundamenten van een oud familiepand een sfeervol gebouw neerzetten. Het museum opende op 27 augustus 1988 officieel zijn deuren voor het publiek en geldt sindsdien als een van de rijkste en meest vooraanstaande privé-kunstcollecties van heel Griekenland.






Het museum herbergt een permanente collectie van meer dan tweehonderd werken van beroemde Griekse kunstenaars zoals Lytras, Gyzis, Volanakis en Parthenis, waarmee het een vrijwel compleet overzicht biedt van de ontwikkeling van de moderne Griekse schilderkunst vanaf de vroege negentiende eeuw tot nu.




Iets na de middag kwamen we al aan in onze overnachtingsplaats Kastoria, een van de meest sfeervolle steden van West-Macedonië. Vanaf de veertiende eeuw ontwikkelde de stad zich tot het absolute wereldcentrum van de bonthandel en pelsmakerij, een traditioneel ambacht dat door lokale families over generaties heen werd geperfectioneerd. Deze bloeiende handel bracht ongekende rijkdom naar de stad, waardoor welgestelde kooplieden in de achttiende en negentiende eeuw majestueuze, drie verdiepingen tellende herenhuizen lieten bouwen langs de oevers van het meer.
Een van de meest frappante kenmerken van Kastoria is haar ongekende aantal Byzantijnse en post-byzantijnse kerken. Binnen de stadsgrenzen staan meer dan zeventig historische kerkjes en kapellen overeind, vaak verscholen tussen de stenen landhuizen en verrijkt met eeuwenoude, verfijnde fresco’s. Daarnaast dankt de stad haar naam waarschijnlijk aan het Griekse woord voor bever (kastor), verwijzend naar de grote kolonies bevers die vroeger in en rond het meer leefden en aan de wieg stonden van de lokale pelsnijverheid.












Verscholen aan het uiterste puntje van het schiereiland van Kastoria, ligt het Klooster van Panagia Mavriotissa. Dit complex is een van de oudste en meest geliefde Byzantijnse heiligdommen in de regio West-Macedonië. De geschiedenis gaat terug tot het einde van de elfde eeuw, rond het jaar 1082, tijdens het bewind van de Byzantijnse keizer Alexios I. Keizer Alexios liet het klooster bouwen op de plek waar zijn troepen de binnengevallen Noormannen omsingelden en definitief uit de regio verdreven. Oorspronkelijk stond de abdij bekend als Panagia Mesonisiotissa (de Moeder Gods van het Midden-Eiland), maar in de zeventiende eeuw veranderde de naam in Mavriotissa. Deze naamswijziging was te danken aan de bewoners van het nabijgelegen dorp Mavrovo, die het onderhoud van de kloostergebouwen en de omliggende landerijen liefdevol op zich namen om het heiligdom voor verval te behoeden.







De Drakengrot is een van de meest spectaculaire ondergrondse natuurwonderen van Griekenland. De ontdekkingsgeschiedenis van deze grot is verrassend recent. Hoewel de ingang door de lokale bevolking al generaties lang bekend was, werd het ingewikkelde gangenstelsel pas halverwege de twintigste eeuw voor het eerst grondig verkend door gepassioneerde speleologen. In de decennia daarna brachten wetenschappers een fascinerend ondergronds doolhof in kaart van ruim vijfhonderd meter lang, dat bestaat uit maar liefst zeven ondergrondse meren, tien uitgestrekte kamers en honderden indrukwekkende stalactieten- en stalagmietenformaties. Na een minutieuze aanleg van zwevende wandelpaden en verlichting werd de grot in 2009 officieel opengesteld voor het grote publiek.




De grot dankt haar naam aan een eeuwenoude lokale legende die vertelt over een vuurspuwende draak die eeuwenlang in de schaduwrijke holte woonde en een onmetelijke schat aan goud bewaakte.
Naast deze legende bewaart de grot ook bijzondere paleontologische schatten. Tijdens de opgravingen stuitten archeologen op de duizenden jaren oude fossiele overblijfselen van de uitgestorven holtebeer, die hier zo’n 10.000 jaar geleden tijdens de ijstijd zijn winterslaap hield. Een ander uniek geologisch kenmerk is dat de temperatuur in de grot het hele jaar door constant rond de 16 tot 18 graden Celsius schommelt en dat de luchtvochtigheid er bijna honderd procent bedraagt.





Overnachten deden we in Hotel Cloe, na het bewonderen van de zonsondergang.






