Onze vrije dag begonnen we met een bezoek aan het Archeologisch Museum. De oprichting van het museum in 1966 was noodzakelijk om de enorme stroom archeologische vondsten uit heel Noordwest-Griekenland, van de vroege steentijd en de Illyrische bronsperiode tot de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk, op een wetenschappelijke en toegankelijke manier te huisvesten en te beschermen.







Het absolute kroonjuweel van het museum wordt gevormd door de vondsten uit Dodona, het oudste Griekse orakel dat gewijd was aan Zeus. Een van de meest fascinerende schatten is de verzameling van honderden beschreven loden strippen; gelovigen krasten meer dan tweeduizend jaar geleden hun dagelijkse vragen (over gezondheid, reizen of huwelijk) in het zachte metaal, waarna de priesters het ruisen van de bladeren van de heilige eik interpreteerden.
Met haar unieke bronzen wapens, munten van koning Pyrrhus en kunstschatten uit het hele Pindos-gebergte biedt het museum een uniek en authentiek tijdsbeeld van antiek Epirus.







Een boottochtje naar Ioannina-eiland mocht natuurlijk ook niet ontbreken. Het eiland ligt midden in het spiegelgladde water van het Pamvotis-meer, op slechts tien minuten varen vanaf de kade van Ioannina. Dit autovrije eilandje kent een bewogen geschiedenis die teruggaat tot de dertiende eeuw. Tijdens de periode van het Byzantijnse Rijk zochten monniken en vrome gelovigen de afzondering op van dit rustige eiland, waardoor het uitgroeide tot een belangrijk spiritueel centrum. Er verrezen maar liefst zeven historische kloosters, wat het eilandje tot een van de dichtstbevolkte monastieke centra van heel Griekenland maakte.
Het absolute historische keerpunt van het eiland vond echter plaats in januari 1822, toen de beruchte Ali Pasja hier zijn intrek nam in het Sint-Panteleimonklooster om te vluchten voor de troepen van de sultan. Het eiland werd het decor van zijn laatste dramatische dagen, waar hij na een lange belegering uiteindelijk werd gedood.
Het eilandje heeft de bijzondere eer een van de weinige bewoonde mereneilanden ter wereld te zijn dat geen officiële naam draagt. Het staat lokaal simpelweg bekend als To Nisi (“Het Eiland”). Het eiland is een paradijs voor natuurliefhebbers en fijnproevers: de traditionele houten huisjes en de smalle, steile geplaveide straatjes worden omringd door dichte dennenbossen en rietvelden, terwijl de restaurants aan de waterkant bekendstaan om lokale lekkernijen zoals gebakken kikkerbilletjes, zoetwateraal en forel uit het meer.









Verscholen tussen de dichte bossen en olijfbomen aan de noordwestzijde van het eiland in ligt het Sint-Nicolaasklooster van de Philanthropenoi, het oudste, belangrijkste en rijkste klooster van het eiland. Het klooster werd rond 1292 gesticht door Michael Philanthropenos, een vooraanstaande aristocraat uit een adellijke Byzantijnse familie. Tijdens de donkerste eeuwen van de Ottomaanse overheersing fungeerde het klooster als een geheime school en academie, waar de Griekse taal, liturgie, filosofie en klassieke cultuur in het geheim werden onderwezen aan jongeren uit de hele regio Epirus.
Het absolute kroonjuweel van het gebouw is de adembenemende verzameling zestiende-eeuwse fresco’s die vrijwel elke vierkante centimeter van de kerkmuren bedekken, geschilderd door de beroemde broers Frangos en Georgios Kontaris. Een van de meest unieke kenmerken van deze muurschilderingen is dat ze niet alleen traditionele bijbelse taferelen uitbeelden, maar ook Griekse filosofen laten zien, waaronder Plato, Aristoteles en Plutarchus.





Het Klooster van Panagia Eleousa (de Moeder Gods de Barmhartige) werd oorspronkelijk gesticht en gewijd aan Sint-Nicolaas. Het meest beslissende moment in de geschiedenis van het klooster vond plaats in het jaar 1584, toen de heilige en wonderdadige icoon van de Maagd Maria naar het complex werd overgebracht. Vanaf dat moment werd de hele monastieke gemeenschap officieel herdoopt en toegewijd aan de Panagia Eleousa, waarna het uitgroeide tot een van de meest vereerde pelgrimsplaatsen van het eiland.









Binnen de muren van het Klooster van Sint-Panteleimon ligt het Museum van Ali Pasja, de laatste schuilplek van een van de meest beruchte figuren uit de Balkan-geschiedenis. De authentieke kogelgaten in de houten vloerplanken, die tot op de dag van vandaag zorgvuldig bewaard zijn gebleven, zijn de getuigen van het fatale gevecht. Binnen het museum stappen bezoekers een getrouwe reconstructie binnen van de negentiende-eeuwse sfeer, compleet met zeldzame persoonlijke bezittingen van de pasja; zo herbergt de collectie zijn beruchte, rijk gegraveerde waterpijp, een imposant zilveren geweer, zware Perzische tapijten en het originele zwaard van zijn zoon.











De wandeling bracht ons verder door de stad waar we nog wat genoten van de uitzichten en terrasjes.









