De glooiende vallei rondom Virpazar is de historische bakermat van de Montenegrijnse wijnbouw, waar al sinds de oudheid een van de diepste geheimen van de Balkan wordt gekoesterd. Deze vruchtbare regio, gezegend met een perfect microklimaat door de milde bries van het nabijgelegen Skadarmeer en de warme mediterrane zon, is de exclusieve geboorteplaats van de Vranac-druif. De naam ‘Vranac’ vertaalt zich letterlijk naar ‘zwart paard’ of ‘raaf’, wat perfect past bij het krachtige, temperamentvolle karakter en de intens robijnrode, bijna gitzwarte kleur van deze inheemse rode wijn. Al in de middeleeuwen prezen de ridders en heersers van de Petrović-dynastie deze fluweelzachte nectar, die destijds zelfs als medicinaal tonicum werd gedronken om het bloed te versterken.
Wie door de smalle bergwegen rond Virpazar dwaalt, passeert talloze kleinschalige, door families gerunde konoba’s (wijnkelders) waar de traditie van het wijnmaken al generaties lang onveranderd van vader op zoon wordt doorgegeven. Naast de krachtige Vranac persen de lokale wijnboeren hier ook de verfrissende Krstač, een zeldzame witte kwaliteitswijn van een druif die nergens anders ter wereld wil groeien omdat de wijnstokken steevast de vorm van een christelijk kruis aannemen. Een proeverij is een intieme, verhalende ervaring: de boer schenkt de wijn, vergezeld van rijpe geitenkaas, gedroogde vijgen en de traditionele pršut (gerookte ham). Daarmee is de wijn van Virpazar niet zomaar een drankje, maar een vloeibaar stukje Montenegrijnse geschiedenis dat de pure, ruige ziel van het omliggende landschap weerspiegelt.



















