Dag 5: Virpazar – Shkodër

Hoog tegen de steile hellingen van de berg Rumija ligt Stari Bar, een fascinerende spookstad en archeologisch openluchtmuseum waar eeuwenoude ruïnes prachtig overwoekerd worden door granaatappelbomen en wilde bloemen. Anders dan de meeste kuststeden in Montenegro ligt Stari Bar niet direct aan zee. De Illyriërs en Romeinen kozen deze beschutte berglocatie bewust uit vanwege de uitstekende verdedigingsmogelijkheden en de toegang tot zoetwaterbronnen. Vanaf de elfde eeuw groeide de stad uit tot een rijk cultureel en economisch centrum dat achtereenvolgens in handen viel van de Byzantijnen, de Venetiaanse Republiek en het Ottomaanse Rijk, wat leidde tot een unieke mix van oosterse invloeden en orthodoxe kerkgebouwen. Na eeuwen van bloei kwam er in 1878 een abrupt einde aan het stadsleven toen Montenegrijnse troepen de stad na een zware belegering heroverden op de Ottomanen en het grote kruitmagazijn ontplofte. Een verwoestende aardbeving in 1979 bracht de genadeslag, waarna de bewoners definitief verhuisden naar het nieuwe Bar aan de kust. De oude vesting veranderde in een mysterieuze, versteende tijdscapsule.

Stari Bar

Een van de meest opvallende bouwwerken binnen de vesting is het indrukwekkende Ottomaanse aquaduct uit de zestiende eeuw, dat op achttien stenen bogen het zuivere bergwater vanaf de Rumija over een afstand van drie kilometer rechtstreeks naar de stadsfonteinen en badhuizen bracht. Verder bezit Stari Bar een opvallend gevarieerd religieus erfgoed, waar restanten van vroegchristelijke basilieken, Venetiaanse paleizen, kerkruïnes die door de Turken werden omgebouwd tot moskeeën en een authentieke klokkentoren broederlijk naast elkaar staan. Tegenwoordig vormt het geplaveide straatje dat naar de ingang van de vesting leidt, boordevol oriëntaalse eethuisjes, antiekwinkeltjes en lokale verkopers die ambachtelijke olijfolie en granaatappelsap aanbieden, een sfeervol contrast met de ruïnes.

Helemaal in het zuiden van de Montenegrijnse kust, vlak bij de grens met Albanië, ligt Ulcinj — een van de oudste en meest fascinerende steden aan de Adriatische Zee. De eeuwenoude vestingstad torent hoog uit boven de woeste golven en ademt een unieke, oriëntale sfeer waar de geur van sterke Turkse koffie, verse vis en zilte zeelucht door de steegjes waait. Het verhaal van Ulcinj gaat meer dan 2.500 jaar terug, toen Illyrische stammen hier hun eerste versterkingen bouwden. In de eeuwen die volgden, werd de stad een felbegeerde buit voor onder meer de Grieken, Romeinen, Byzantijnen en Venetianen. De meest beruchte periode brak echter aan in de zeventiende eeuw, toen het Ottomaanse Rijk de stad overnam en Ulcinj uitgroeide tot het meest beruchte piratennest van de hele Middellandse Zee. Honderden gevreesde zeerovers gebruikten de steile kliffen en verborgen baaien als hun thuisbasis, van waaruit ze handelsroutes plunderden en een levendige slavenmarkt op het centrale stadsplein onderhielden. Pas aan het einde van de negentiende eeuw werd de stad bevrijd en toegevoegd aan het koninkrijk Montenegro, waarna het getransformeerd werd tot de kleurrijke kuststad van vandaag.

Een van de beroemdste legendes stelt dat de wereldberoemde Spaanse auteur Miguel de Cervantes aan het einde van de zestiende eeuw door zeerovers werd gevangen en jarenlang werd vastgehouden binnen de muren van Ulcinj. Lokale historici beweren dat hij de naam van zijn beroemde personage Dulcinea (wat letterlijk “meisje uit Dulcigno”, de Italiaanse naam voor Ulcinj betekent) baseerde op een lokale vrouw die hij tijdens zijn gevangenschap ontmoette. Daarnaast bezit Ulcinj met Velika Plaža (‘Grote Strand’) een van de langste zandstranden van Europa. Deze dertien kilometer lange goudgrijze zandstrook staat bekend om haar geneeskrachtige, mineralenrijke zand en vormt tegenwoordig een wereldberoemde hotspot voor kitesurfers. Een ander opvallend kenmerk is de unieke culturele mix: de meerderheid van de bevolking is etnisch Albanees, waardoor de elegante minaretten van de moskeeën, het geluid van de oproep tot het gebed en de bazaars de stad een heel ander karakter geven dan de rest van Montenegro.

Vooraleer we de grens overstaken naar Albanië, hielden we nog een late lunchstop op het strand van Donji Stoj.

Aangekomen in Shkodër, onze eerste verblijfplaats in Albanië, hadden we nog enkele uren de tijd om de leuke binnenstad te verkennen.

We overnachtten in Hotel Tradita.

Geef een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close