Dag 3: Njeguci – Virpazar

Een drukke dag met een bezoek aan maar liefst 4 bezienswaardigheden: het mausoleum van Njegos (dat we trouwens vanuit ons hotel zagen liggen), de stadjes Cetinje en Budva en het klooster van Praskvica.

Hoog boven de wolken, op de piek van de heilige berg Lovćen, balanceert een van de meest indrukwekkende monumenten van de Balkan: het Mausoleum van Petar II Petrović-Njegoš. Op een hoogte van maar liefst 1.657 meter torent dit marmeren bolwerk uit over Montenegro als een heiligdom dat letterlijk de grens tussen hemel en aarde opzoekt. Wie de steile klim onderneemt, ontdekt niet alleen het graf van Montenegro’s grootste dichter, bisschop en vorst, maar ook een plek waar nationale trots, dramatische geschiedenis en artistiek meesterschap samensmelten. De weg hiernaartoe voelt als een bedevaart, waarna je bij de entree een koele, met donker graniet beklede tunnel betreedt die strak door het binnenste van de berg is gehouwen. Hier wacht een beproeving van precies 461 steile traptreden, tot je boven in het volle zonlicht en de snijdende bergwind stapt en een smal wandelpad je naar de zware koperen deuren leidt.

Het idee dat Njegoš op de top van de Lovćen begraven wilde worden, kwam van de vorst zelf, die vóór zijn dood in 1851 liet vastleggen dat hij op deze bergtop wilde rusten zodat zijn ziel over zijn geliefde volk kon waken. Die rust bleek echter breekbaar, want tijdens de Eerste Wereldoorlog bombardeerden Oostenrijks-Hongaarse troepen de oorspronkelijke kapel zwaar en werd zijn stoffelijk overschot geëvacueerd naar Cetinje. Hoewel de kapel in de jaren twintig werd herbouwd, besloot het communistische bestuur van Joegoslavië in de jaren vijftig om een groots monument neer te zetten. Het complex werd na een slopende bouw op de onherbergzame piek in 1974 officieel geopend. Het mausoleum is opgetrokken uit loodzware blokken donkergrijs graniet en wordt bij de ingang bewaakt door twee gigantische kariatiden van meer dan vier meter hoog, die de moeder en zuster van Njegoš symboliseren. Binnen bewaakt een reusachtig, 28 ton wegend marmeren standbeeld van een peinzende Njegoš – vergezeld door een beschermende adelaar – de ruimte onder een gouden koepel met meer dan 200.000 met bladgoud bedekte tegeltjes. Onder deze hoofdkapel bevindt zich de sobere crypte met zijn marmeren sarcofaag.

De architect Ivan Meštrović voor zijn meesterwerk nooit in geld uitbetaald. Hij bedong in plaats daarvan als honorarium een grote hoeveelheid ambachtelijke Montenegrijnse kaas en gerookte ham uit het nabijgelegen bergdorp Njeguši. Achter de crypte leidt een stenen pad naar een cirkelvormig uitzichtplatform waar je op heldere dagen een indrukwekkend panorama hebt over maar liefst tachtig procent van het totale landoppervlak van Montenegro, reikend van de Baai van Kotor tot aan de Albanese Alpen en het Skadarmeer. De bouw van het complex was destijds een gigantisch logistiek huzarenstuk waarbij zware materialen over smalle ezelspaden en met primitieve kabelbanen omhoog moesten worden gebracht. Bovendien wordt de geïsoleerde bergtop door haar extreme ligging regelmatig getroffen door zware blikseminslagen, waardoor het bouwwerk is uitgerust met een geavanceerd netwerk van bliksemafleiders om het kwetsbare goudmozaïek en het marmer te beschermen. Wie op het platform staat met de wind in de haren, begrijpt direct waarom Njegoš precies deze heilige plek uitkoos om voor eeuwig uit te kijken over zijn geliefde vaderland.

Verscholen in een rustige karstvallei aan de voet van de heilige berg Lovćen ligt Cetinje. Wie vandaag door de brede, lommerrijke lanen van dit vredige stadje wandelt, kan zich nauwelijks voorstellen dat hier eeuwenlang de onverzettelijke, koninklijke ziel van een heel volk werd verdedigd. Het verhaal van de stad begon in 1482, toen heerser Ivan Crnojević zijn hof verplaatste naar deze onherbergzame bergen om te ontkomen aan het oprukkende Ottomaanse Rijk. In deze natuurlijke vesting bouwde hij een paleis en het iconische Cetinje-klooster, waarmee de stad het enige bastion in de regio werd dat nooit permanent werd overwonnen. In de eeuwen daarna werd Cetinje bestuurd door bisschop-vorsten, onder wie de beroemde dichter Njegoš. Tegen het einde van de negentiende eeuw veranderde de stad in een bruisend koninklijk centrum waar Europese mogendheden elegante ambassades bouwden, en hoewel Podgorica later de officiële hoofdstad werd, draagt Cetinje tot op de dag van vandaag met trots de titel van historische ere-hoofdstad.

Het Klooster van Cetinje is niet zomaar een religieus gebouw; het is de spirituele en historische ziel van Montenegro. Het verhaal van dit stenen complex is een kroniek van vuur, opstanding, heilige relikwieën en een flinke portie Montenegrijnse koppigheid. De geschiedenis begint in de late 15e eeuw, toen de Ottomaanse legers onstuitbaar oprukten door de Balkan. Prins Ivan Crnojević, de heerser van het middeleeuwse vorstendom, moest zijn hoofdstad ontvluchten en trok zich terug in de ontoegankelijke, mistige hoogvlakte aan de voet van de berg Lovćen. Daar deed hij in 1484 een plechtige belofte aan de Maagd Maria: als zijn volk hier kon overleven, zou hij een prachtig heiligdom bouwen. Dit oorspronkelijke klooster werd al snel de zetel van de Montenegrijnse bisschoppen, die eeuwenlang zowel de kerkelijke als de wereldlijke macht over het land zouden dragen.

Klooster van Cetinje

Omdat het klooster hét symbool van het Montenegrijnse verzet was, werd het door de eeuwen heen een belangrijk doelwit voor de Ottomanen, wat leidde tot een cyclus van verwoesting en wederopstanding. Toen vijandelijke troepen in 1692 het eerste klooster omsingelden, weigerden de verdedigers zich over te geven en brachten ze op spectaculaire wijze de enorme kruitvoorraad tot ontploffing, waarbij ze honderden Ottomaanse soldaten met zich meenamen in de dood. Na deze totale vernietiging bouwde Metropoliet Danilo het klooster tussen 1701 en 1704 opnieuw op. Strategisch slim trok hij iets verder de rotswand in en om de Ottomanen te tarten, hergebruikte hij de oude stenen en inscripties van het verwoeste hof van Ivan Crnojević. Hoewel het nieuwe complex in 1714 en 1785 wéér door Ottomaanse troepen in as werd gelegd, verrees het telkens groter en sterker, tot het aan het einde van de 18e eeuw zijn huidige, robuuste stenen gedaante kreeg.

Terwijl de regio in de 15e eeuw brandde, investeerde de zoon van de stichter, Đurađ Crnojević, juist in cultuur door een drukpers uit Venetië te importeren. In het klooster werd zo in 1494 de Oktoih (het Boek van de Acht Tonen) gedrukt, het allereerste gedrukte boek in de Zuid-Slavische talen, waarvan een origineel exemplaar nog altijd in de kloosterbibliotheek wordt bewaard. Het complex herbergt een van de meest waardevolle relikwieënverzamelingen ter wereld, waaronder een splinter van het Ware Kruis en de rechterhand van Johannes de Doper. Deze objecten hebben een bizarre wereldreis achter de rug die liep via de ridders van Malta en de Russische tsarenfamilie Romanov, waarna ze de Russische Revolutie overleefden en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verborgen in een Montenegrijns grotklooster.

tombe van Sint-Pieter van Cetinje

Gelegen aan de zonovergoten Adriatische kust ligt Budva, een stad met een rijke geschiedenis van meer dan 2.500 jaar. De historische oude binnenstad ligt als een middeleeuws stenen schiereiland vastgeklonken aan het azuurblauwe water en wordt omringd door dikke, imposante vestingmuren die door de Venetianen zijn opgetrokken. Het verhaal van Budva gaat terug tot de oudste beschavingen aan de Adriatische Zee; de plek werd achtereenvolgens gevormd door Illyriërs, Grieken, Romeinen en Venetianen, die allemaal hun onuitwisbare sporen nalieten in het labyrint van smalle, marmeren steegjes en pleintjes. Volgens de Griekse mythologie werd de stad gesticht door Cadmus, de legendarische stichter van Thebe, die na zijn verbanning uit Griekenland samen met zijn geliefde Harmonia op een door ossen getrokken wagen hier arriveerde om een nieuw thuis op te bouwen. Door de eeuwen heen kende Budva roerige tijden vol zee-oorlogen en bezettingen, evenals verwoestende natuurrampen. De zware aardbeving van 1979 verwoestte een groot deel van de middeleeuwse binnenstad, maar dankzij een minutieuze, jarenlange restauratie rees Budva steen voor steen weer in volle glorie op.

Budva behoort tot de alleroudste stedelijke nederzettingen aan de Adriatische kust en er bestond hier al een levendige handelsgemeenschap ver voordat steden als Rome of Venetië hun bloeiperiode kenden. Een van de bekendste symbolen van de stad is het bronzen beeld van de Ballerina van Budva, dat balanceert op een ruige rots langs het wandelpad naar het Mogren-strand; volgens een romantische legende verbeeldt zij het meisje dat elke dag trouw aan de kust op de terugkeer van haar zeevarende geliefde wachtte. Binnen de oude muren bevindt zich bovendien de Citadel van Budva, waar een zeldzaam reliëf van twee in elkaar verstrengelde vissen te zien is — een symbool dat herinnert aan de mythe van twee geliefden die zichzelf in de zee wierpen om voor eeuwig samen te zijn. Tegenwoordig vormt de stad het bruisende, toeristische hart van de Montenegrijnse Rivièra, waar de eeuwenoude stenen architectuur, historische kerken zoals de Sint-Johannes de Doperkathedraal en sfeervolle binnenpleinen het decor vormen voor een rijk cultureel en mediterraan stadsleven.

Verscholen in een oase van stilte en groen, hoog boven de azuurblauwe wateren tussen de kustplaatsen Pržno en Sveti Stefan, ligt het historische Klooster van Praskvica. Dit vredige kloostercomplex ademt de serene sfeer van de Montenegrijnse Rivièra en is al eeuwenlang het spirituele hart van de regio. Het verhaal van het klooster gaat terug tot de vroege middeleeuwen. Volgens de overlevering werd de oudste kerk van het complex gesticht in het jaar 1050. Door de eeuwen heen was de plek niet alleen een oase van gebed en bezinning, maar ook een belangrijk bastion van verzet en cultuur. De monniken speelden een cruciale rol in het beschermen van de lokale bevolking tegen buitenlandse overheersers, zoals de Venetianen en later de Ottomanen. Hoewel het klooster in de loop der tijd meermaals werd geplunderd, beschadigd en herbouwd — onder meer na een hevige brand door invallen en zware aardbevingen — wist het altijd te herrijzen als een baken van hoop en orthodoxe traditie.

Klooster van Praskvica

Het klooster dankt haar unieke en poëtische naam aan de lokale wilde perziken (praska). De heldere bergbronnen die op het terrein ontspringen, zouden in vroeger tijden namelijk een subtiele, zoete geur van perziken hebben verspreid. Een van de meest legendarische verhalen is verbonden aan de monnik Gavrilo Petrović, die in de negentiende eeuw eigenhandig, steen voor steen, een maar liefst twee kilometer lang stenen voetpad aanlegde over de steile heuvels om de kust met het hoger gelegen achterland te verbinden. Binnen de muren van het klooster bevindt zich een waardevolle schatkamer vol historische iconen, antieke liturgische voorwerpen en een oude bibliotheek met zeldzame handgeschreven boeken die de woelige geschiedenis van de streek hebben doorstaan. Vandaag de dag vormt het klooster van Praskvica een prachtige, verborgen parel waar de geur van olijfgaarden, citrusbomen en eeuwenoude geschiedenis naadloos in elkaar overvloeien.

Overnachten deden we in Hotel Pelikan, waar we twee nachten zouden verblijven.

Geef een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close