Verscholen onder de Grote Grafheuvel in Vergina liggen de koninklijke graftombes van Aigai, een van de meest adembenemende archeologische vindplaatsen ter wereld. Deze plek was de heilige begraafplaats van de Argead-dynastie, het koningshuis waaruit de legendarische wereldveroveraar Alexander de Grote voortkwam. De geschiedenis werd hier in 1977 herschreven toen de Griekse archeoloog Manolis Andronikos de grafheuvel opende; tot ieders verbijstering stuitte hij op de ongeschonden, schatrijke graven van de Macedonische koninklijke familie, die de plunderaars door de eeuwen heen wonder boven wonder hadden overleefd. De absolute kern van deze ondergrondse necropolis is de monumentale graftombe van Philippus II, de vader van Alexander de Grote, die in 336 voor Christus in het nabijgelegen theater werd vermoord.
Vandaag de dag betreden reizigers deze unieke crypte via een spectaculair ondergronds museum, waar de originele, wit-marmeren gevels van de tomben in situ – exact op de plek waar ze werden ontdekt – zijn bewaard. Binnenin de schemerige, klamme kamers staan bezoekers oog in oog met fabelachtige schatten, waaronder de massief gouden larnax (askist) versierd met de iconische Ster van Vergina, en de verfijnde, gouden eikenloofkroon van de koning. Vlakbij rust de zogenaamde ‘Tombe van de Prins’, vermoedelijk de laatste rustplaats van Alexander IV, de jonge zoon van Alexander de Grote en Roxane, die hier vermoord werd. De muren van de tomben herbergen bovendien de uiterst zeldzame, originele 4e-eeuwse muurschilderingen, zoals de Roof van Persephone, die gelden als de absolute topstukken van de klassieke Griekse schilderkunst.


































