Thessaloniki, de tweede grootste stad van Griekenland, werd in 315 voor Christus gesticht door koning Cassander en vernoemd naar de halfzus van Alexander de Grote. Door haar rijke, multiculturele verleden als Byzantijns bolwerk en thuisbasis van de grootste Sefardisch-Joodse gemeenschap van Europa, staan er vandaag maar liefst 15 monumenten op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Het absolute symbool aan de levendige waterkant is de 15e-eeuwse Witte Toren, die ooit onder de sultans dienstdeed als een beruchte gevangenis. Midden in het centrum getuigen de monumentale Rotunda en de Boog van Galerius van de Romeinse glorieperiode rond 306 na Christus. De steile bovenstad, Ano Poli, is de enige wijk die de grote stadsbrand van 1917 overleefde; je dwaalt er door kasseienstraatjes langs Byzantijnse muren en Ottomaanse huizen. Eeuwenoude spirituele schatkamers zoals de 5e-eeuwse Agios Dimitrios-kerk herbergen indrukwekkende ondergrondse crypten vol geschiedenis. Dankzij de enorme Aristoteles-universiteit bruist de stad van de jonge energie, wat voelbaar is in de hippe uitgaanswijk Ladadika.










