Aan de moerassige oevers van het Skadarmeer ligt Virpazar, een klein vissersdorpje dat bekendstaat als de ultieme toegangspoort tot het grootste meer van de Balkan. De geschiedenis van deze kleine nederzetting begon in de 13e eeuw onder de naam ‘Vir’ (wat draaikolk betekent), vernoemd naar de samenvloeiing van lokale rivieren. Toen de Ottomanen in de 15e eeuw het gebied veroverden, bouwden zij op de strategische heuvel boven het dorp het imposante Besac-fort om de grens met de christelijke wereld te bewaken. Rond de 18e eeuw bloeide het dorp op tot het belangrijkste handelsknooppunt van Montenegro, waardoor het achtervoegsel ‘Pazar’ (markt) aan de naam werd toegevoegd.
Ook in de moderne geschiedenis speelt Virpazar een sleutelrol; op 13 juli 1941 begon hier de allereerste gewapende opstand in bezet Europa tegen de fascistische Italiaanse overheersers, wat vandaag de dag nog wordt herdacht met een monument op de rotsen. Vandaag de dag telt het rustieke dorpje slechts zo’n 300 inwoners, maar bruist het plein van de reizigers die klaarzitten voor een boottocht over de rivier vol waterlelies. Het dorp is daarnaast diep verankerd in de Crmnica-wijnregio, de bakermat van de wereldberoemde, donkere Montenegrijnse Vranac-wijn.











