De geschiedenis van de schatkamer is onlosmakelijk verbonden met de politieke en religieuze geschiedenis van de Dom zelf. Sinds de stichting van de paltskapel door Karel de Grote rond het jaar 800 ontving de kerk kostbare geschenken van pausen, bisschoppen en vooral van de 31 Duitse koningen die hier tussen 936 en 1531 werden gekroond. Deze vorsten schonken meesterwerken van edelsmeedkunst om hun vroomheid en legitimiteit te bewijzen. Tijdens periodes van oorlog en politieke onrust—zoals de Dertigjarige Oorlog en de Franse Revolutie—moest de schat herhaaldelijk worden geëvacueerd naar steden zoals Paderborn en Frankfurt om plunderingen te voorkomen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de volledige schat verborgen in een speciaal beveiligde mijnschacht in Siegen, waardoor de collectie de zware bombardementen op Aken ongeschonden heeft overleefd.
Vandaag de dag is de schatkamer gehuisvest in de historische ruimten rond de kruisgang van de Dom, waar de voorwerpen thematisch en chronologisch zijn tentoongesteld. Het absolute topstuk en icoon van de collectie is de wereldberoemde Karelsbuste (Karlsbüste) uit de 14e eeuw: een adembenemende, deels vergulde zilveren buste die de schedelpan van Karel de Grote bevat en bezet is met antieke edelstenen. Een ander historisch en artistiek meesterwerk is het Lothariuskruis (Lotharkreuz) uit het jaar 1000, een processiekruis rijkelijk versierd met parels en edelstenen, met in het midden een unieke antieke cameo van de Romeinse keizer Augustus. Daarnaast bewonderen bezoekers de Proserpinasarcofaag (de Romeinse marmeren sarcofaag waarin Karel de Grote oorspronkelijk werd begraven) en de unieke textielschat, waaronder de Byzantijnse zijden mantel die in de middeleeuwen werd aangetroffen in het graf van de keizer.




























