De expo richt zich op twee koninklijke echtparen die symbool staan voor de “Edwardiaanse” stijl: Edward VII en Queen Alexandra, gevolgd door George V en Queen Mary. De tentoonstelling toont hoe deze vorsten uiting gaven aan luxe, mode, kunst en maatschappelijke verandering in een tijd waarin Groot-Brittannië zich aan de vooravond van de moderne tijd bevond.
Meer dan 300 voorwerpen uit de staatscollectie zijn tentoongesteld, waarvan bijna de helft voor het eerst publiek zichtbaar is. Een van de pronkstukken is het goudkleurige kroningskleed van Queen Alexandra uit 1902, ontworpen door het Parijse modehuis Morin Blossier, versierd met duizenden gouden pailletten en nationale emblemen van het VK. Ook juwelen (zoals de “Dagmar-ketting”), schilderijen van toonaangevende kunstenaars zoals John Singer Sargent en Edward Burne‑Jones, objecten van Fabergé en foto’s en documenten uit de periode maken deel uit van de tentoonstelling.
De tentoonstelling is thematisch opgebouwd in drie secties: het privé-leven en verzamelen van de koninklijke paren; de hofceremonie en publieke verschijning; de bredere wereldgebeurtenissen, met name de overgang naar oorlog en democratische veranderingen.
Bezoekers krijgen een unieke inkijk in hoe mode, kunst, technologie en maatschappij in de Edwardiaanse tijd samenvloeiden. Terwijl de pracht onmiskenbaar is, toont de tentoonstelling ook hoe de periode abrupt werd afgebroken door de Eerste Wereldoorlog — een tijdperk van glamoureuze frivoliteit dat uitmondde in ernst en verandering






























