Onze laatste dag konden we uiteraard niet afsluiten zonder nog een bezoek te brengen aan een kerkje. De afgelopen dagen waren we hier al verschillende keren gepasseerd, maar iedere keer op het verkeerde moment. Elke keer was er een eucharistieviering aan de gang, wat niet zo moeilijk is als je weet dat er in veel kerken in Polen zo goed als ieder uur een viering plaatsvindt.
Volgens de overlevering werd de Kerk van Sint-Johannes de Doper en Sint-Johannes de Evangelist in de eerste helft van de twaalfde eeuw gesticht door Piotr Włostowić. De kerk werd in 1308 voor het eerst genoemd in de stadsboeken, aanvankelijk als kerk behorend tot de aartspriesters van de Mariakerk. In 1325 werd het een parochiekerk. In het midden van de zeventiende eeuw werd het grondig herbouwd. In 1715 werd de kerk door bisschop Łubieński geschonken aan de congregatie van de Zusters van Presentatie. Nadat de zusters in de jaren 1715-1723 naar de kerk waren verhuisd, herbouwde men de kerk.





In 2015, tijdens restauratiewerkzaamheden, werd de gevel veranderd van wit naar roze. Deze verandering heeft betrekking op de barokke kleuren. Ook de kleuren van het interieur werden gewijzigd. Op 28 juli 2016 werd de kerk bezocht door paus Franciscus, die bad bij de relikwieën van Sophia van Bohemen.
Na nog een laatste keer de binnenstad met zijn vele winkeltjes verkend te hebben was het tijd om aan de terugreis te beginnen.
Conclusie van de reis
Ondanks zijn gewelddadige verleden is Polen, dankzij veel buitenlandse hulp, er in geslaagd om zijn nazistische en communistische verleden achter zich te laten. Tot 1989, amper 36 jaar geleden, leefden de Polen achter het IJzeren Gordijn en zaten de inwoners in de Russische houdgreep. Daarom zijn de huidige Polen ook zo op hun hoede vanwege de ontwikkelingen in Oekraïne: ze willen absoluut niet terug naar de tijd van het IJzeren Gordijn, waar een eigen mening en overtuiging genadeloos afgestraft en veroordeeld werd.
De centra van de kunststeden zoals Warschau, Krakau, Poznan, Wroclaw en Gdansk zijn prachtig gerestaureerd, zeker als je beseft dat zo goed als alles verwoest werd in de Tweede Wereldoorlog.






Auschwitz-Birkenau is uiteraard niet de meest fijne plek om te bezoeken, maar moet iedereen eigenlijk gezien hebben, alleen al om te zien tot waar de mens in het slechtste geval toe in staat is. De kamer met de resten van 8 ton haar van de slachtoffers zal voor de rest van mijn leven in mijn netvlies gebrand staan, evenals de galg waar de voormalige commandant Rudolf Höss na de oorlog werd opgehangen. Toch nog iets van gerechtigheid in de donkere tijden van toen.
Een laatste woordje over de honderden kerken, abdijen en andere heiligdommen. Polen is nog steeds een heel gelovig land en dat is duidelijk te zien. In iedere kerk worden er dagelijks minstens zes eucharistievieringen voorgedragen en zo goed als iedere keer zijn er tientallen aanwezigen. Mensen staan er nog steeds in de rij om te biechten. De talloze relikwieën van de heiligen worden dagelijks talloze keren gekust en aangeraakt. Bizar voor ons om te zien, maar de normaalste zaak van de wereld voor de Polen. Wat een Poolse paus niet allemaal kan teweegbrengen.
