Op de plaats van de huidige kathedraal stonden eerder twee voorgangers: de Sint-Wenceslauskathedraal uit 1020 (verwoest in 1038 door de Boheemse hertog Břetislav I) en de in 1142 ingewijde kathedraal met het graf van de heilige bisschop Stanislaus. Deze werd in 1305 door brand verwoest. Alleen de Sint-Leonarduscrypte en het onderste deel van de zuidelijke toren bleven tot de dag van vandaag bewaard. Enige jaren later startte bisschop Nanker de bouw van een gotische kathedraal. De inwijding van de nieuwe kerk vond plaats op 28 maart 1364.













Omdat Krakau tot 1609 de hoofdstad van Polen was en op de Wawelheuvel de koninklijke residentie stond, diende de kathedraal eveneens als hof- en grafkerk van Poolse vorsten.
In de tweede helft van de 14e eeuw werd de Sigismund-klokkentoren als deel van de vesting gebouwd. De kerk heeft in totaal acht klokken in de beide klokkentorens. De vijf grotere klokken, waaronder de beroemde Sigismundklok, hangen in de Sigismundtoren. De Sigismund-klok, een bronzen klok uit 1520, werd in Krakau gegoten door Hans Behem uit Neurenberg. De klok weegt 13 ton, is 2,41 m hoog met een doorsnee van 2,42 m. De Sigismundklok wordt op religieuze feestdagen en speciale gelegenheden geluid door minstens twaalf personen en is op afstand van 50 km te horen.




Na de middeleeuwen werden aan de kathedraal meerdere kapellen toegevoegd. Op de zuidelijke zijde van de kathedraal bouwde Bartholomeo Berrecci uit Florence in opdracht van koning Sigismund de beroemde Sigismund-kapel (1517-1533). Hier bevinden zich de graven van koning Sigismund I, zijn kinderen, koning Sigismund II en zijn vrouw Anna. In de 17e eeuw werd het mausoleum van de heilige Stanislaus opgericht.














Voor het huidige aanzien van de kathedraal speelde een renovatie in de jaren 1895-1910 een grote rol. Naast de renovatie werden een aantal barokke elementen van de kerk verwijderd. Eveneens werden nieuwe werken toegevoegd zoals de koninklijke en bisschoppelijke sarcofagen, schilderijen en glas-in-loodvensters.








Schrijn van Sint-Stanislaus
Centraal in de kathedraal staat het mausoleum van Sint-Stanislaus, de bisschop van Krakau die werd vermoord door koning Boleslav II. Het mausoleum heeft een gouden koepel met op de hoeken van de koepel de bronzen beelden van de evangelisten. Op elke hoek bevinden zich aan de pijlers telkens twee beelden van Poolse patroonheiligen. De zilveren schrijn (1670) onder de koepel werd gemaakt door Peter von der Rennen, een goudsmid uit Danzig. De schrijn wordt gedragen door knielende engelen en heeft twaalf reliëfs met voorstellingen over het leven en de wonderen van de heilige. De marmeren graven van vier Krakause geestelijken uit de 17e eeuw omringen de schrijn van hun heilige voorganger.
Kapellen
Om de kathedraal rijgen zich achttien met kunstschatten afgeladen kapellen aaneen. Een van de meest bezienswaardige kapellen is de kapel van het Heilig Kruis (de eerste kapel rechts van de hoofdingang). Hier bevinden zich de koninklijke tombe van koning Casimir IV uit 1492, een drieluik van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten daterend uit het vierde kwart van de 15e eeuw, een drieluik van de Heilige Drievuldigheid uit 1467 en het pronkvolle 18e-eeuwse grafmonument van bisschop Cajetan Sołtyka. De muren en het gewelf zijn geheel beschilderd met heiligen.



De Sigismundkapel is de rustplaats van de laatste leden van het Huis Jagiello. Deze kapel werd in 1519-1533 gebouwd door Bartolomeo Berrecci in opdracht van koning Sigismund I en geldt als een van de mooiste voorbeelden van Toscaanse renaissance ten noorden van de Alpen.



Het witte grafmonument van carraramarmer voor de heilige koningin Hedwig bevindt zich tussen de pilaren in het midden van de zuidelijke beuk.
Crypte
De crypten onder de Wawelkathedraal bevatten de graven van Poolse koningen, nationale helden, generaals en revolutionairen, waaronder heersers van het Pools-Litouwse Gemenebest zoals Jan III Sobieski en zijn gemalin Maria Kazimira; de stoffelijke resten van Tadeusz Kościuszko, de leider van een Poolse nationale opstand en brigadegeneraal in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog; Władysław Sikorski, premier van de Poolse regering in ballingschap en opperbevelhebber van de Poolse strijdkrachten en Maarschalk Józef Piłsudski, stichter van de Tweede Poolse Republiek. Paus Johannes Paulus II vierde zijn eerste mis in de crypte. Hij overwoog ook om op een bepaald moment in de Wawel-kathedraal begraven te worden, terwijl sommige mensen in Polen hadden gehoopt dat, volgens oud gebruik, zijn hart daarheen zou worden gebracht en bewaard naast de overblijfselen van de grote Poolse heersers. (Johannes Paulus II werd in plaats daarvan begraven onder de Sint-Pietersbasiliek, de pauselijke begraafplaats.













