Delphi was voor de oude Grieken zowel letterlijk als figuurlijk het middelpunt, de navel, van de aarde. Volgens de mythologie liet de Griekse oppergod Zeus 2 adelaars vanuit de uithoeken van de aarde opstijgen om zo het middelpunt van zijn rijk vast te stellen. De adelaars zouden elkaar in Delphi zijn tegengekomen op de plek waar in 1913 de omphalós, de bekende navelsteen, werd gevonden.
Het heiligdom was eerst gewijd aan de aardgodin Gaia. Haar naam staat in de navelsteen gegrift. Apollo wist echter de bewaker van het heiligdom, het serpent Python, te verslaan en vermomd als dolfijn stichtte hij hier nu zijn eigen heiligdom en orakel. De naam Delphi zou hiervan afgeleid zijn, want delfíni betekent dolfijn in het Grieks.
Delphi dankte zijn grote bekendheid aan het orakel. Mensen van alle rangen en standen, van vooraanstaande staatslieden en heersers tot de gewone man, kwamen hier de wijze Apollo om raad vragen. Gezeten op een vergulde drievoet in de tempel van Apollo was het de hogepriesteres Pythia die tussen de god en de aardse stervelingen bemiddelde. Door het kauwen op giftige laurierbladen en het inademen van giftige dampen uit een scheur in de aarde raakte zij in extase en gaf vervolgens antwoord op de vraagstukken die haar werden voorgelegd. Deze antwoorden waren vaak niet meer dan onbegrijpelijke kreten en priesters vertaalden deze kreten in begrijpelijke taal en brachten de antwoorden in dichtvorm aan de vragenstellers over. De adviezen en antwoorden waren meestal voor meerdere uitleg vatbaar en de uiteindelijke uitkomst van bepaalde gebeurtenissen kon soms flink afwijken van wat de vragenstellers begrepen of, beter gezegd, gewenst hadden.
Delphi was niet alleen een religieus centrum, maar vormde ook het toneel van diverse festiviteiten die symbool stonden voor de eenheid van de Griekse wereld. Zo werden elke 4 jaar ter ere van Apollo en zijn overwinning op het serpent Python de Panhelleense Pythische Spelen gehouden. In het gehele rijk werd voor 3 maanden een heilige wapenstilstand afgekondigd om musici en atleten uit alle windstreken in staat te stellen naar Delphi af te reizen en daar om de eer te strijden. De winnaars werden gehuldigd met een laurierkrans en hadden het recht een standbeeld te laten plaatsen. Een van die beelden, de Wagenmenner, is in het museum van Delphi te zien.
Het orakel behield tijdens de gehele oudheid bijna onverminderd zijn grote aantrekkingskracht. Pas met de opkomst van het Christendom en het verdwijnen van de afgoderij raakte het heiligdom in verval en op bevel van keizer Theodosius werd het orakel in 393 definitief buiten gebruik gesteld. Vanwege de enorme impact die het heiligdom op de geschiedenis van de antieke wereld heeft gehad werd het in 1987 tot UNESCO werelderfgoed uitgeroepen.

















































