De Akropolis in Athene is van mijlenver te zien en het wordt daarom al snel duidelijk waarom het op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. Er zijn veel Akropoli te vinden in Griekenland, maar toch wordt deze beschouwd als dé Akropolis dankzij de vele monumenten die er te zien zijn.
De Akropolis is een plateau van 156 meter hoog dat midden in de stad Athene te vinden is. Er is bewijs gevonden dat deze heuvel al bewoond was sinds het Neolithische tijdperk. De plek was toen goed gelegen om vijanden al van ver te kunnen zien en de bevolking kon van hieruit ook goed verdedigd worden. Eenmaal in de zestiende eeuw voor Christus arriveerde de Myceense beschaving in het gebied en werd de heuvel zo rond de elfde eeuw voor Christus een belangrijk centrum voor de cult rondom de Griekse godin Athene.
De Mycenen verdwenen zo rond de tiende en negende eeuw voor Christus en dat was het begin van een donkere tijd voor de bewoners in het gebied. Zo kwamen Kylon en Peisistratos op gegeven moment aan de macht, die beide als titanische heersers werden gezien. Peisistratos greep dan ook de macht door het heiligdom van de Akropolis te bezetten en bepaalde gebouwen te vernietigen, om hier vervolgens nieuwe gebouwen op te richtten. Hij stichtte onder andere een tempel voor Athene op de heuvel.
Eenmaal in het jaar 480 voor Christus werden Athene en de Akropolis aangevallen en verwoest door de Perzen. Een paar jaar later werden de Perzen echter verjaagd en de Grieken zagen dit als een mogelijkheid om de Akropolis opnieuw op te bouwen. De belangrijke staatsman Perikles begon aan dit project samen met de beeldhouwer Phidias en de architecten Ictinus, Callicratus en Mnesciles. De gebouwen die nu te zien zijn, stammen grotendeels af uit deze periode. Voor de bewoners van het oude Athene werd de rots het belangrijkste religieuze centrum. Grote schrijvers beschreven het plateau toen soms zelfs als ‘het centrum van de wereld’.











































