Dag 3: Havana

Onze dag startte met een absolute must-do in Havana: een rondritje met de alomtegenwoordige oldtimers. Vier verschillende oldtimers stonden klaar om ons door de stad te voeren, waarbij aan iedere stop verwisseld werd van wagen. Op die manier konden we ook verschil voelen en ruiken: bij de ene waren de veringen onder de zetels zo goed als verdwenen terwijl de andere bijvoorbeeld half verroest was.

Hoe sommige oldtimers nog kunnen rijden is een mysterie: de meeste reserveonderdelen zijn niet meer te verkrijgen en daarom is ductape een geliefd oplapmiddel. Van op afstand zien de wagens er piekfijn in orde uit, maar hoe dichter je komt hoe meer er lijkt te mankeren.

De eerste stop bracht ons naar het Plaza de la Revolución.

Het plein beslaat 11 hectare en werd gebouwd tijdens het Batista-tijdperk. Tot 1959 stond het bekend als Plaza Civica, maar na de Cubaanse Revolutie werd het plein omgedoopt door Fidel Castro.

Het uitgestrekte Plaza de la Revolución wordt omringd door grijze administratieve gebouwen waarin tegenwoordig enkele van de belangrijkste kantoren van Cuba’s enorme overheidsbureaucratie zijn gevestigd. In het gebied worden grote politieke bijeenkomsten gehouden en de gebroeders Castro hebben, samen met de andere leiders van de Cubaanse regering, vanaf het plein miljoenen Cubanen toegesproken.

Het plein wordt in het noorden gedomineerd door het Jose Marti Memorial, dat dateert van vóór de revolutie. Een 109 meter hoge toren gebouwd van grijze granieten stenen staat voor het Paleis van de Revolutie, de zetel van de Cubaanse regering. De Nationale Bibliotheek, de grootste van Cuba, en verschillende andere belangrijke overheidsgebouwen bevinden zich ook in de buurt.

Een van de meest iconische beelden in Cuba is ongetwijfeld een gigantische afbeelding van Cuba’s revolutionaire held Ernesto “Che” Guevara, te vinden op de oostelijke gevel van het Ministerio del Interior, een grijze betonnen monoliet aan de noordkant van het plein. De stalen sculptuur is gemodelleerd naar de gelijkenis van Che’s iconische foto uit 1960, gemaakt door Alberto Koda – precies dezelfde foto die te vinden is op ieder mogelijk souvenir met zijn beeltenis. Hieronder zie je zijn bekendste uitspraak ‘Hasta La Victoria Siempre’. (“Altijd verder naar de overwinning”).

In 2009 kreeg Che’s muurschildering een metgezel. Op het aangrenzende telecommunicatiegebouw werd een portret van Camilo Cienfuegos geïnstalleerd met daaronder de woorden “Va Bien, Fidel”.

Cienfuegos was actief in illegale activiteiten tegen de Cubaanse dictator Fulgencio Batista en speelde een belangrijke rol in de Cubaanse Revolutie. Hij was een van de vier belangrijkste figuren in deze revolutie, samen met Fidel Castro, Raúl Castro en Che Guevara.

Cienfuegos en Fidel Castro
Cienfuegos en Raúl Castro
Cienfuegos en Che Guevara

Hoewel Cienfuegos in de rest van de wereld niet zo bekend is als de andere Cubaanse revolutionairen wordt hij nog steeds door de Cubaanse bevolking vereerd. Zijn sterfdag is een nationale feestdag waarop Cubaanse kinderen een bloem in de Caribische zee werpen met de spreuk “Una flor para Camilo” (een bloem voor Camilo).

Minder dan een jaar na de overwinning van de revolutie is Cienfuegos op 28 oktober 1959, onder, volgens sommigen verdachte omstandigheden, verdwenen tijdens een Cessna-vlucht in slecht weer tussen Camagüey en Havana. Hij zat in het vliegtuig met een piloot en een sergeant. Kort na het vertrek kreeg de luchtmachtbasis van Camagüey het bericht dat een onbekend vliegtuig was gesignaleerd waarop een Sea Fury opsteeg. Na zijn landing meldde de piloot dat hij een vliegtuig had neergeschoten. Fidel Castro wachtte in Havana op zijn komst, maar uren na de verwachtte aankomsttijd werd een zoekactie gestart. De Cessna is nooit teruggevonden. Cienfuegos werd amper 27 jaar.

Met name Cubaanse bannelingen in de Verenigde Staten beweren dat het vliegtuigje van Cienfuegos is neergeschoten door de Cubaanse luchtmacht in opdracht van Castro en dat het weer tijdens zijn vlucht helemaal niet zo slecht was als wordt beweerd door de Cubaanse autoriteiten. Fidel Castro heeft deze beschuldigingen altijd met kracht van de hand gewezen. Volgens veel historici is de meest waarschijnlijke oorzaak van zijn dood een ongeval.

Het Plaza de la Revolución is het administratieve middelpunt van Cuba; de gebouwen, ministeries en regeringsafdelingen die vanuit het plein opereren, vormen het hart van de Cubaanse politiek. Toen paus Johannes Paulus II in januari 1998 een viering op het Plaza hield, kwamen bijna een miljoen Cubanen op de locatie samen.

paus Johannes Paulus II op het Plaza de la Revoluciõn

De tweede stop bracht ons naar het stadsbos van Havana, een heerlijke oase van rust net buiten het centrum. Hier zagen we onze eerste gieren, wat we op dat moment heel spectaculair vonden. Wisten wij veel dat deze vogels zowat overal op Cuba te vinden zijn en we ze bijna op iedere dag van onze reis zouden zien.

De derde en laatste stop voerde ons naar de wijk van de ambassades in Nieuw-Havana. Rechtover de Belgische ambassade lag er een parkje waar we de gigantische ficus benghalensis konden bewonderen.

Belgische ambassade

’s Middags bracht een taxi ons naar El Cementerio de Cristóbal Colón. De begraafplaats is een van de mooiste begraafplaatsen ter wereld en wordt algemeen beschouwd als het belangrijkste in Latijns-Amerika in historisch en architectonisch opzicht, na La Recoleta in Buenos Aires. Voorafgaand aan de opening van de Colón-begraafplaats werden de doden van Havana begraven in de crypten van plaatselijke kerken en vervolgens, te beginnen in 1806, op de enkele jaren daarvoor geopende Espada-begraafplaats van Havana. Toen de lokale bevolking zich realiseerde dat er behoefte zou zijn aan een grotere ruimte voor hun overledenen (als gevolg van een cholera-uitbraak in 1868), begon de planning voor de Colón-begraafplaats.

Cementerio Colón is een katholieke begraafplaats en heeft prachtige monumenten, graven en standbeelden van kunstenaars uit de 19e en 20e eeuw. Percelen werden toegewezen op basis van sociale klasse en werden al snel een middel voor patriciërsfamilies om hun rijkdom en macht te tonen met steeds grotere graven en mausolea. De noordelijke hoofdingang wordt gemarkeerd door een poort versierd met bijbelse reliëfs en bekroond door een marmeren sculptuur van José Vilalta Saavedra: Geloof, Hoop en Naastenliefde. Enkele van de belangrijkste graven liggen tussen de hoofdpoort en de Capilla Central. Het Monumento a los Bomberos (Brandweermonument) herdenkt de achtentwintig brandweerlieden die omkwamen toen een ijzerhandel in La Habana Vieja in 1890 in brand vloog.

Monumento al los Bomberos

Aan elke kant leiden rechthoekige straten naar alle hoeken van de in totaal 50 hectare grote begraafplaats. Er bevinden zich binnenin verschillende zones: voor priesters, soldaten, broederschappen, de rijken, de armen, zuigelingen, slachtoffers van epidemieën, heidenen en veroordeelden. De best bewaarde en grootste graven staan ​​op of nabij de centrale lanen en hun assen.

Met meer dan 800.000 graven en 1 miljoen begrafenissen is de ruimte op de Colón-begraafplaats momenteel heel schaars en daarom worden de stoffelijke resten na twee jaar uit hun graven gehaald, in dozen gedaan en in een opslaggebouw geplaatst.

Maar ondanks al zijn elegantie en grootsheid verbergt de Colón-begraafplaats evenveel als hij laat zien. Lege graven en ontheiligde familiekapellen ontsieren de statige optocht van familiemonumenten, zelfs in de meest prominente lanen, en ver weg van de centrale zijstraten liggen ze in puin. Veel hiervan zijn de graven van verbannen families, wier problemen met de zorg voor hun doden sinds de revolutie van 1959 gecompliceerd zijn door hun verblijf buiten Cuba.

Categorieën 2023 Cuba, Dag 3: Havana, ReisverslagenTags

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close