Na een vlucht van 2 uur en 25 minuten naar Madrid en de aansluitende vlucht naar Havana van 10 uur en 10 minuten arriveerden we in het donker op de luchthaven van Havana. Onze bus bracht ons daarna in een klein half uurtje naar ons hotel Armadores de Santander, waarna de reis eindelijk kon beginnen.
Dat het geen snoepreisje zou worden, hadden we al begrepen toen we voor de reis nog wat informatie kregen van de reisorganisatie i.v.m. de huidige situatie in het land. Door torenhoge inflatie was het dagelijkse leven van de gewone Cubanen heel moeilijk geworden vanwege allerhande tekorten, gaande van fruit, vlees, groenten, benzine, medicijnen, zeep, shampoo en allerhande andere gebruiksmiddelen waar wij ons geen vragen bij stellen. Er werd ons aangeraden om voeding en water te kopen waar we konden omdat de hotels mogelijk niet voldoende beschikbaar zouden hebben voor ons. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: zo erg was het niet. Cuba is echter wel een land dat je met weinig andere landen kunt vergelijken. Mensen staan uren in de rij om vlees of shampoo te kopen maar klagen niet. Cubanen zijn arm maar eten wel twee keer per dag warm, al is er slechts twee keer per week vlees bij. M.a.w. ze verhongeren niet, wat in andere rijkere landen, soms wel het geval is. Ondanks het gebrek aan toeristen slagen Cubanen erin om te overleven en in de meeste gevallen gelukkig te zijn. Als de elektriciteit uitvalt (wat tijdens onze reis een vijftal keer het geval is): so be it … Als er geen benzine meer aan de pomp is: we wachten wel een paar uur tot ze komen leveren … Een heel andere mentaliteit dan de onze dus, maar op de een of andere manier werkt het.
Als je aan iemand vraagt wat het eerste is dat bij hen opkomt als ze aan Cuba denken, is de kans groot dat het antwoord Fidel, Che of sigaren zal zijn. De voormalige parel van de Caraïben is natuurlijk zo veel meer dan dat. Koloniale pracht in oud-Havana en Trinidad, paradijselijke stranden in Baracoa, natuurpracht in Viñales en de Sierra Maestra maar jammer genoeg ook veel restanten van menselijk lijden door de slavenhandel. En natuurlijk zijn Fidel Castro en Che Guevara nog steeds alomtegenwoordig in het straatbeeld. Zowat alles wat ze gebruikt hebben om hun revolutie te doen slagen is bewaard gebleven, treinen die ze opbliezen, bulldozers die ze gebruikten om treinsporen te vernietigen, boten die hen aan land brachten, tanks die kazernes aan flarden schoten, … Je kan het zo gek niet bedenken of er bestaat een monument voor. Che is, met steun van de Fidel Castro, wereldwijd uitgegroeid tot het gezicht van de revolutie. Fidel staat nog steeds bekend als de onkreukbare leider, ook al zijn de meeste Cubanen waarschijnlijk vergeten dat hij Rusland smeekte om de Verenigde Staten plat te bombarderen met kernbommen, wat onvermijdelijk tot het begin van een allesvernietigende kernoorlog zou geleid hebben. Daarover later meer.

Het leven voor de gemiddelde Cubaan vandaag de dag is in onze ogen geen pretje, maar wat er sinds de ontdekking van het eiland in 1492 door Columbus allemaal gebeurd is, tart alle verbeelding. De geschiedenis van Cuba is er een van oorlogen, uitbuiting, slavernij en leed. 300 jaar Spaanse overheersing, 60 jaar Amerikaans bestuur en 60 jaar het communistische systeem van Castro hebben het land gemaakt tot wat het nu is, met de verspilling van veel bloed en tranen.
Om het huidige Cuba te begrijpen moet je het turbulente verleden kennen. Eeuwenlang was Cuba een broeinest van opschudding. Hoe werd Cuba het centrum van de slavenhandel? Waarom stortte, uitgerekend hier, het Spaanse koloniale rijk in? En waarom heeft de VS een militaire basis in Guantanamo? Cuba draagt de littekens van 450 jaar buitenlandse bezetting. Maar dat betekent niet dat de bevolking haar droom van vrijheid heeft opgegeven.
Cuba is altijd een gewild land van de wereldmachten geweest. Door het Spaanse rijk, door Engeland, door Frankrijk en door de VS. Cuba speelde een beslissende rol tijdens de ‘ontdekking’ van Noord- en Zuid-Amerika. Het is het grootste eiland van de Caraïben en is 1223 km breed van oost naar west, ongeveer de afstand van België naar Firenze. Het klimaat is heet en tropisch, de grond is vruchtbaar en de oceaan eromheen is rijk aan vis. Al eeuwenlang zorgt dit ervoor dat Cuba een bestemming is voor immigranten en indringers …
De eerste sporen van menselijk leven op Cuba zijn meer dan 4000 jaar oud, ouder dan de piramides van Egypte. Cuba’s oorspronkelijke bewoners woonden in hutten of grotten. Ze leefden van zoete aardappelen, yucca’s, pinda’s, vis en prooien. Ze waren ook de eerste mensen die land bebouwden en tabak rookten.
Op 28 oktober 1492 verschenen drie schepen aan de horizon. De mannen die uitstapten waren onbekend voor de eilandbewoners. Ze waren blank en droegen stalen zwaarden en helmen. Het waren Spanjaarden en hun leider was Christopher Columbus. Columbus keerde terug naar zijn beschermers in Spanje, koning Ferdinand en koningin Isabella. Ze hadden zijn reis gefinancierd maar in plaats van goud en zilver bracht hij alleen een paar Cubaanse inlanders mee, die hij ‘indianen’ noemde. In zijn dagboek schreef hij dat ze goede slaven zouden zijn. De Spaanse regenten kondigden echter aan dat er geen slavernij zou zijn in de Nieuwe Wereld voordat ze Columbus terugstuurden om Cuba en de omliggend eilanden te veroveren. Hun bevel werd prompt genegeerd. De mannen werden waarschijnlijk tot slaaf gemaakt, gedood, of ze werkten als kruier tot ze stierven. Hun kinderen werden als Spanjaarden opgevoed en de vrouwen ‘verenigden’ zich met de families van de Spaanse veroveraars.
In het begin verwelkomden de inlanders de Spanjaarden met open armen. Toen de vijandelijkheden begonnen maakten ze geen kans tegen de veroveraars. De Spanjaarden ondervonden amper weerstand want ze waren de inwoners op militair vlak compleet de baas en ze werden redelijk snel uitgeroeid door de ziektes die de Spanjaarden bij zich droegen, zoals de mazelen en de pokken.
Spaanse zwaarden en Europese ziektes doodden 90 procent van Cuba’s bewoners binnen een paar jaar. Maar de uitwisseling van ziektes ging beide kanten op. Columbus’ veroveraars brachten ook iets mee terug naar Europa: syfilis. Desondanks was de Spaanse overwinning in de Nieuwe Wereld ongeëvenaard in de geschiedenis. In de naam van het kruis verspreidden de veroveraars dood en slavernij. Door zijn strategische ligging speelde Cuba een beslissende rol. Havana was de sleutel naar de Caraïben. In de haven kwamen alle rijkdommen van de Nieuwe Wereld toe: goud, zilver, hout en kruiden. Cuba was een steunpilaar van het Spaanse rijk. Vanaf het begin van het koloniale tijdperk was Havana het grootste commerciële centrum voor koloniale goederen en kostbaarheden.
Spanje deed er nauwelijks 50 jaar over om de Nieuwe Wereld te veroveren. Ze vernietigden het rijk van de machtige Inca’s en Azteken. De rijkdommen van de Nieuwe Wereld werden op Spaanse galjoenen geladen. Op weg naar Spanje verzamelden ze zich in Havana en voegden een van de meest waardevolle rijkdommen aan hun lading toe: tabak. Gedurende de 16e eeuw was tabak Cuba’s voornaamste exportproduct. De oorspronkelijke bewoners waren de eersten die het kweekten en rookten. Spaanse zeemannen en handelaars namen het de wereld mee over. Door hen werd Cuba bekend als en tabak-eiland.
Honderd jaar na Columbus’ aankomst waren de inlanders bijna allemaal uitgeroeid. Om de exploitatie van hun nieuwe gebied voort te zetten moest Spanje nieuwe arbeidskrachten importeren. Gewetenloze handelaars losten dit probleem op met Afrikaanse slaven. Naar schatting twaalf en een half miljoen Afrikanen werden in slavenschepen gepropt en naar de Nieuwe Wereld gebracht. Anderhalf miljoen mensen stierven onderweg.
Slavernij kwam naar Cuba, net als naar alle andere veroverde plaatsen in de Nieuwe Wereld. Ongeveer 2 miljoen van hen werden naar Cuba gebracht. Ze waren net als koopwaar en het was een grote, misdadige handel. Slavernij kwam vroeg naar Cuba toen de Spanjaarden overnamen maar het ontwikkelde zich niet tot een grote institutie tot na 1804, 1805, toen de suikermolens in Haïti vernietigd werden.
Haïti is deel van Cuba’s aangrenzende eiland en was een Franse kolonie sinds 1660. Terwijl Cuba afhankelijk was van tabak, was Haïti’s belangrijkste gewas suikerriet. Met genoeg mankracht was het een winstgevende zaak. In 1789 woonden er 32.000 kolonisten in Haïti, samen met 432.000 Afrikaanse slaven. Op 17 augustus 1791 kwamen Haïti’s slaven in opstand. Ze doodden hun eigenaren en vochten een bloedige oorlog om hun vrijheid terug te winnen.
Haïti’s suikerindustrie was vernietigd. De consequentie was dat de voornaamste suikerfabrikant van de wereld een paar jaar lang verdween en de Cubanen een kans zagen: ze wilden de handel van de Franse kolonie overnemen. Vele migranten migreerden van het Franse Haïti naar het Spaanse Cuba en brachten veel geld en kennis mee. De Cubanen verwelkomden de vluchtelingen die plantage-eigenaren waren. Met hun hulp streefde Cuba er naar de nieuwe hoofdstad van suiker te worden. Maar dit betekende dat er meer slaven uit Afrika nodig waren. De revolutie in Haïti had het gebruik van slaven ernstig verzwakt en er was steeds meer vraag naar de bevrijding van slaven.
Op 1 augustus 1834 verklaarden de Britten dat alle slaven in het hele rijk vrij waren maar Spanje en Cuba weigerden dit voorbeeld te volgen. Hun suikerhandel was afhankelijk van slavenhandel. Tegen 1850 had Spanje de suikerindustrie optimaal gemoderniseerd en was Cuba de grootste uitvoerder van suiker. Slaven werden zonder veel belemmering naar Cuba gebracht tot rond 1860. Slavernij was eeuwenlang een belangrijk onderdeel van de Cubaanse geschiedenis. Meerdere keren laten historische tellingen zien dat Afrikaanse slaven talrijker waren dan de Spaanse kolonisten, maar nooit genoeg om een revolutie, zoals in Haïti, mogelijk te maken. Zelfs vandaag zijn naar schatting 60 procent van de Cubanen op zijn minst gedeeltelijk afstammend van slaven. Zonder de Afrikaanse slaven zou Cuba geen Cuba zijn.
Cuba’s suikerplantages breidden zich uit ondanks de stijgende belasting en douanekosten die door Spanje opgelegd werden. De blanke kolonisten in Havana werden steenrijk. Het platteland daarentegen ging ten onder aan armoede.

Driehonderd jaar lang heerste Spanje over grote territoria in de Nieuwe Wereld. Pas in het begin van de 19e eeuw begonnen koloniën een voor een tegen Spanje te rebelleren. Dit was het behin van het einde van het Spaanse imperium.
Cuba bleef Spanje loyaal vanwege de slavernij omdat dit het enige was wat de grote suikerwinst garandeerde. Dit was een troefkaart in Madrids handen, wat Cuba als een gebied zag om uit te buiten. Ze wilden hun eigen economie versterken want deze liep achter op de rest van Europa. Ten gevolge hiervan hebben ze Cuba volledig uitgebuit.
Net als Cuba waren de staten in het zuiden van de VS afhankelijk van slavernij. Veel Cubanen wilden daarom dat Cuba onderdeel zou worden van de unie. Dit zou de slavernij in Cuba beschermen en nog een slavenstaat in de VS introduceren waardoor ze een meerderheid in het Congres zouden krijgen. Maar in 1860 werd Abraham Lincoln, een tegenstander van slavernij, verkozen als president van de VS. De zuidelijke staten splitsten zich onmiddellijk af van de unie, waarna Lincoln het leger mobiliseerde en een lange, bloederige burgeroorlog begon. Vroeg in de oorlog stelde Lincoln alle slaven in de VS vrij. Na vier jaar won het noorden van het zuiden en werd slavernij officieel afgeschaft.
De burgeroorlog in de VS zorgde voor een natie waar slavernij was beëindigd en vele Cubanen begonnen na te denken om de relatie met Spanje te heronderhandelen of zelfs volledig met hen te breken. In de 19e eeuw was Cuba al verdeeld in een oostelijk en westelijk deel. De hoofdstad, Havana, lag in het westelijk deel van het eiland. Hier woonden handelaars van Spaanse afkomst en de rijksambtenaren van het eiland, mensen die profiteerden van de suikerhandel. Het oostelijke deel werd beschouwd als een provincie van het rijke westelijke deel. In de geschiedenis van Cuba gingen revoluties altijd van het arme oosten naar het rijke westen. Cuba’s slaven keken eerst naar Haïti en toen naar de VS met hoop terwijl hun eigenaar met angst toekeek. Amerika’s voormalige slaven waren nu vrij en hadden recht op loon voor hun geleverde werk., ook al verbeterden hun omstandigheden nauwelijks.
Slavenhouders in Cuba zaten in de problemen. Eeuwenlang waren de plantage-eigenaren en de suikerindustrie-aristocratie doodsbenauwd voor een slavenopstand. Ironisch genoeg kwam de eerste opstand niet van de slaven zelf. Het was een groep blanke, creoolse plantage-eigenaren uit Oost-Cuba die zorgden voor de oorlog in 1868.
Cuba’s strijd voor vrijheid wordt geassocieerd met Carlos Manuel de Céspedes. Hij was de eigenaar van een kleine suikerplantage in Oost-Cuba maar plukte weinig van de Cubaanse suikerwinsten. Volgens Céspedes kwam dit door Spanjes excessieve belastingen en douanekosten. Op 10 oktober 1868 verzocht hij alle Cubanen om tegen Spanje te rebelleren en verklaarde het eiland tot een onafhankelijk land. De volgende dag bevrijdde hij al zijn slaven.
Céspedes hoopte dat zijn vrijgelaten slaven zijn eigen privéleger zouden vormen, wat velen ook deden. Het leger van Spanje bestond in 1868 uit 7.000 soldaten, aangevuld met 30.000 Cubaanse vrijwilligers. Tegenover hen stond Céspedes, zijn bondgenoten en hun vrije slaven. Twaalfduizend mannen, waarvan de meeste geen enkele militaire ervaring hadden, de meesten gewapend met een machete. Geweren hadden ze amper.
Spanje stuurde versterking: 30.000 bijkomende soldaten om de opstand de kop in te drukken. Tegen alle verwachtingen in namen de opstandelingen het grootste deel van Oost-Cuba binnen een paar maanden over. De Spanjaarden vochten terug door massaal Cubaanse hulptroepen te rekruteren. Op die manier werd de opstand van Céspedes een burgeroorlog waarin de Cubanen tegen elkaar vochten voor de toekomst van hun land.
Het Spaanse leger construeerde een systeem van loopgraven en uitkijktorens in Cuba. Ze wilden het eiland splitsen en de oorlog tot het oostelijke gedeelte beperken. Het rijke westen en de hoofdstad, Havana, zou op die manier beschermd blijven. Deze verdedigingslinie hield de opstandelingen echter niet tegen en keer op keer braken ze er doorheen, staken de suikerrietvelden in brand en doodden ze de Spaanse collaborateurs. Maar verschrikking bracht enkel maar meer verschrikking. Kort daarna executeerden de Spanjaarden de gevangen genomen opstandelingen ter plekke en zonder verhoor. Op 27 februari 1874 werd Carlos Manuel de Céspedes gedood door een Spaanse kogel. Voor zijn rol in de Cubaanse onafhankelijkheidsstrijd wordt Céspedes tot vandaag de dag beschouwd als ‘padre de la patria’, vader van het vaderland.
Zonder hun leider viel het leger van opstandelingen uit elkaar tot een grote hoeveelheid van kleinere guerillatroepen. Ze konden de oorlog niet meer winnen, maar de Spanjaarden ook niet. Na tien jaar oorlog begonnen onderhandelingen tussen beide partijen om de oorlog te stoppen, wat uiteindelijk leidde tot een vredesakkoord in 1878. Er waren 100.000 slachtoffers gevallen maar Cuba veranderde. Het bleef een kolonie van Spanje maar er kwamen grote hervormingen. Er kwam vrijheid van meningsuiting en politieke partijen werden toegestaan.












