Het munster van Bonn is het belangrijkste katholieke kerkgebouw in de Duitse stad Bonn. De kerk werd in de 11e eeuw als romaanse stiftskerk van het Cassius-stift gebouwd. De kerk werd gewijd aan Cassius en Florentius, twee soldaten van het Thebaanse Legioen. Tegenwoordig draagt de kerk het patrocinium van Sint Martinus.
De oude stiftskerk werd rond 1050 gesloopt en vervangen door een nieuwbouw in romaanse stijl. Deze drieschepige kruisbasiliek was een van de eerste grote kerkgebouwen in het Rijnland. Bij de nieuwbouw ontdekte men ook drie graven, waarvan men er twee toedichtte aan Cassius en Florentius en het derde aan de Bonner martelaar Malusius.
Het dwarsschip was amper breder dan het schip. De basiliek had een dubbel koor; een lang koor over een driebeukige crypte in het oosten waaronder zich een grafkelder bevond en een westelijk koor waaronder zich eveneens een crypte bevond. Van dit 11e-eeuwse bouwwerk zijn slechts de grafkelder, delen van de oostelijke crypte, het oostkoor en het westelijke deel behouden. In de grafkelder bevinden zich drie stenen sarcofagen en een met bakstenen ommuurd graf.
Door de oost-westoriëntatie van de kerk ligt de middenas van het gebouw dwars op de oude graven, waarin de relieken van de Bonner martelaren Cassius en Florentius zouden hebben gelegen. In 1166 liet proost Gerard van Are de relieken in kostbare schrijnen leggen die een plek kregen op het hoogaltaar. Gerard van Are liet de kerk vergroten en gaf opdracht om de oostelijke apsis en de beide oostelijke torens te bouwen. Aangezien hij tevens proost van het kapittel van Sint-Servaas in Maastricht was, is het aannemelijk dat de oostpartij van de Sint-Servaaskerk een kopie is van die van de Munsterkerk in Bonn. De inwijding van de uitbreidingsbouw vond plaats in 1153. De nog grotendeels in originele staat bewaarde kruisgang aan de zuidzijde van de kerk is ook aan de bouwlust van deze proost te danken.
Tegen het einde van de 12e eeuw werd het koor met kruisribgewelven voorzien en rond 1200 werden het dwarsschip met vijfzijdige apsisafsluiting, de viering en een achthoekige toren met tentdak gebouwd. De toren is 81,4 meter hoog en draagt een spits uit de 16e eeuw.
In de 13e eeuw werd het schip van de kerk in gotische stijl herbouwd, waarbij eveneens de zijbeuken verbreed werden en de westelijke apsis een nieuwe vormgeving kreeg. De exacte datering van de herbouw is onder kunsthistorici omstreden en varieert tussen de jaren 1220-1240. Herbouw van het schip van de kerk in gotische stijl werd ergens tussen 1220-1240 begonnen. De laatste datum wordt ondersteund door een bron uit de kronieken van de Abdij van Floreffe, die vermeldt dat het oude schip van het munster in 1239 door brand werd verwoest.
Er werden in de jaren 1583-1589 en 1689 aanzienlijke verwoestingen aan de kerk toegebracht. In 1883-1889, 1934 en na bomschade in de Tweede Wereldoorlog werd de kerk gerestaureerd.

























